Christus, koning van hemel en aarde
Marc Massaer
Broeders en zusters in Christus,
In het jaar 1925 - precies 100 jaar geleden - stelde paus Pius XI het Hoogfeest van Christus Koning in om gelovigen eraan te herinneren dat Christus Koning is over alle volkeren en over de gehele wereld. Bij een koning denken we aan een koninklijk paleis met alle macht, pracht en praal. Zo’n koning wil Jezus niet zijn. Hij is geen wereldse vorst maar een spirituele koning: Hij wil koning zijn over de harten van de mensen. En dat koningschap heeft hem bloed, tranen en het leven door de kruisdood gekost. De heerschappij over de harten van de mensen gaat gepaard met een heftige strijd om de zielen. Iedere mens kan voor of tegen Christus zijn; je kunt niet neutraal blijven.
Het feest van Christus Koning, dat gevierd wordt op het einde van het liturgisch jaar, wijst ook vooruit naar het einde van de tijden, wanneer Christus zich - met al zijn engelen en heiligen - aan alle mensen zal openbaren als Overwinnaar en verheerlijkte Koning. Dan zal Christus heersen als Koning van hemel en aarde.
Dat Jezus Koning is van het zichtbare - de mensen - en het onzichtbare - de engelen, daar spreekt de apos-tel Paulus over in de tweede lezing. Paulus spreekt over de schepping van de engelen en noemt vier van de negen engelenkoren die er zijn, namelijk tronen, hoogheden, heerschappijen en machten. Wij geloven dat er engelen bestaan maar ze zijn onzichtbaar voor onze ogen. Daarnaast moeten we als gelovigen toe-geven dat in de periode op weg naar de wederkomst van Christus, Jezus op een onzichtbare en verborgen wijze midden onder ons leeft in de H. Sacramenten en in de eenvoudigen van hart. Gods Koninkrijk groeit daar waar mensen God beminnen, elkaar liefhebben, waarderen en respecteren.
Wat we voor onze ogen zien gebeuren, is dat er zich in de geschiedenis een scheiding voltrekt tussen voor- en tegenstanders van Christus. Uiteindelijk verwachten wij dat Jezus bij het laatste oordeel een onder-scheid zal maken tussen de schapen en de bokken. Het evangelie van deze zondag laat deze scheiding al zien. Er zijn namelijk twee heel verschillende reacties op het lijden en de kruisdood van Jezus. De eerste is die van de overheidspersonen, de militairen en de slechte moordenaar, die Jezus bespotten, geen mede-lijden tonen met de persoon die onschuldig ter dood wordt gebracht. Jezus uitdagen door te zeggen dat Hij zichzelf maar moet redden om te bewijzen dat Hij de Messias is, dat is onvoorstelbaar respectloos en arro-gant. Hoe komt het dat mensen nog niet inzien dat Jezus de Messias is, nadat hij zo veel wonderen heeft gedaan en zo vaak heeft verteld over de barmhartigheid van God en de liefde van Zijn Vader voor de mensen? Hoe kunnen mensen toch zo hard van hart zijn en God bespotten?
Komt deze houding ook nog in onze tijd voor? Jazeker. Er zijn mensen die spotten met hen die nog geloven in God, die zondags naar de kerk gaan en nog de rozenkrans bidden. Het zijn mensen die geen respect tonen voor de heiligheid van het leven, de heiligheid van de Sacramenten en de heiligheid van Gods gebo-den. Het komt voor bij hen die de schuld altijd in de schoenen van anderen schuiven en denken zelf nooit iets verkeerds te doen. Het zijn mensen die menen dat God op commando moet luisteren naar hun wen-sen en grillen maar die niet de moeite nemen te luisteren naar de stem van God in hun hart, omdat ze hoogmoedig zijn.
Een tweede houding ten opzichte van Jezus is die van de goede moordenaar. Heer, denk aan mij als U in Uw koninkrijk bent aangekomen. Het antwoord van Jezus: heden nog zult gij met Mij zijn in het paradijs, bewijst dat één woord van Jezus voldoende is om de hemel binnen te komen. Met die woorden bewijst Jezus dat Hij de redder van de wereld, de Messias en de Zoon van God is. De goede moordenaar heeft geluisterd naar de stem van zijn geweten en ingezien dat hij verkeerd heeft gedaan. Hij geeft zich over aan de Barmhartigheid van Jezus en wordt zo gered. De goede moordenaar mag delen in de erfenis van de heiligen en leven in het eeuwig licht van God. Het is een enorme genade dat hij op het einde van zijn leven deze woorden van Jezus mag horen, dat hij mag leven in het paradijs.
Leven in het licht van God, daarvoor hoeven we niet te wachten tot op het einde van ons leven. Hier en nu zijn wij geroepen om het licht van het geloof uit te stralen door goed te zijn voor elkaar en te leven naar het woord van God. Het woord van God is immers een licht op ons pad en toont ons de weg naar de liefde van God en het Koninkrijk der hemelen.
Moge de H. Geest ons innerlijk verlichten, opdat wij met onze talenten meewerken aan de komst van Gods Koninkrijk en zo eer brengen aan Christus als Koning. Amen.
