Gezonden worden
Marc Massaer
Broeders en zusters,
In het Evangelie van vandaag zien we hoe Jezus zijn twaalf apostelen roept en uitzendt. Hij zegt niet: "Blijf waar je bent." Hij zegt: "Ga." Hij geeft hun een zending. Voordat Jezus hen uitzendt, kijkt Hij naar de mensen. Hij ziet hun nood, hun verdriet, hun verlorenheid. Het Evangelie zegt dat zij waren als schapen zonder herder. Het Hart van Jezus wordt geraakt door hun situatie.
Ook vandaag zijn er veel mensen die op zoek zijn naar richting, zingeving, liefde en hoop. Velen kennen Christus niet meer of zijn van Hem vervreemd geraakt. Daarom blijft de opdracht van Jezus actueel: "De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig." God roept mensen om gezonden te worden.
In de eerste lezing uit Exodus horen wij hoe God Israël uitkiest tot zijn volk. Niet om zichzelf genoegzaam op te sluiten, maar om een teken van Gods aanwezigheid te zijn voor alle volken. Uitverkiezing betekent altijd zending.
Dat geldt ook voor ons. Door ons doopsel zijn wij niet alleen kinderen van God geworden, maar ook missionaire leerlingen van Christus.
Vandaag is het bovendien bijzonder passend om te denken aan de H. Antonius van Padua. Hoewel velen hem kennen als de heilige die helpt verloren voorwerpen terug te vinden, was hij bovenal een groot missionaris en prediker. Antonius van Padua verliet zijn geboorteland Portugal, omdat hij ernaar verlangde het Evangelie te verkondigen. Aanvankelijk wilde hij missionaris worden in Marokko. Door ziekte moest hij terugkeren, maar God had een ander plan met hem. Antonius trok van stad tot stad en verkondigde het Evangelie met vuur. Zijn preken waren geen mooie woorden alleen. Hij sprak zo overtuigend, omdat hij zelf diep verbonden was met Christus. Men vertelde dat duizenden mensen naar hem kwamen luisteren. Hij bracht mensen terug naar de sacramenten, tot verzoening en bekering. Hij begreep wat Jezus vandaag zegt: de oogst is groot. Antonius wachtte niet tot de mensen naar hem kwamen; hij ging naar hen toe.
Dat is ook voor ons een belangrijke les. Wij hoeven misschien niet op een marktplein te preken zoals Antonius deed. Maar wij worden wel gezonden naar de plaatsen waar God ons heeft neergezet: in onze familie, in onze parochie, in het woonzorgcentrum, bij zieken en eenzamen, onder vrienden en collega's. Soms gebeurt evangelisatie niet met grote woorden, maar met een luisterend oor, een bezoek, een gebed, een daad van liefde.
Paulus herinnert ons in de tweede lezing eraan dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Dat is de boodschap die wij mogen brengen: God heeft de mens lief. Zijn barmhartigheid gaat altijd vooraf.
Ook Maria heeft deze zending beleefd. Nadat zij de boodschap van de engel had ontvangen, ging zij onmiddellijk naar Elisabeth. Zij bracht Christus naar een ander. Maria werd gezonden en werd zo de eerste missionaire leerling.
Broeders en zusters, aan het einde van iedere Eucharistie klinkt opnieuw de zending: "Gaat nu allen heen in vrede." Dat is geen afsluiting, maar een opdracht. Wij worden de wereld ingezonden als getuigen van Christus.
Laten wij daarom vandaag bidden door de voorspraak van de H. Antonius van Padua, dat wij de moed krijgen niet alleen leerlingen te zijn die luisteren, maar ook apostelen die gaan; niet alleen gelovigen die ontvangen, maar ook christenen die delen.
Amen.
