Wie is Christus voor ons?
Marc Massaer
Broeders en zusters in Christus,
Niemand kan van de ene op de andere dag zomaar directeur van een groot bedrijf worden. Allereerst is daarvoor veel ervaring nodig; daarnaast is mensenkennis belangrijk, evenals vertrouwd zijn met de bedrijfscultuur, zodat je weet wat je kernbusiness is.
Voor de opbouw van de kerk en de komst van het koninkrijk van God is het niet anders. Petrus wordt door Jezus pas aangesteld als eerste paus als hij weet waar het om gaat in het geloof in God. Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. De kerk is niet zo maar een club maar een geloofsgemeenschap die wordt gebouwd op het geloof in Christus. Christus kennen en beminnen is de kern van het geloof en dan kun je pas de kerk opbouwen. Het mag in de kerk niet draaien om eigen eer en glorie, om het opbouwen van een eigen rijkje maar om Christus, die het Centrum van de kerk is.
Geloof begint met een persoonlijke ontmoeting. Wie zegt gij dat ik ben? Ook aan ons stelt Jezus die vraag. Wij kunnen veel weten over Jezus, we kunnen de Bijbel lezen, naar de kerk gaan en gebeden kennen. Maar uiteindelijk vraagt Jezus iets persoonlijkers: Ken je Mij? Vertrouw je Mij? Heb je Mij nodig? Het christelijk geloof is niet alleen een verzameling van waarheden. Het is een relatie met Christus. Wanneer wij in moeilijkheden komen, wanneer ziekte of verdriet ons leven raakt, wanneer wij ouder worden en veel dingen los moeten laten, komt deze vraag op ons af: Wie ben Ik voor jou ?
Christus bouwt zijn kerk op een mens die zwak is.
Jezus zegt tegen Simon: Gij zijt Petrus, en op deze rots zal Ik mijn Kerk opbouwen. Petrus is geen volmaak-te mens maar Jezus kiest hem toch uit. Dat geeft ons hoop. De kerk bestaat niet uit perfecte mensen. De Kerk bestaat uit mensen die door Christus geroepen zijn en steeds opnieuw mogen groeien in geloof. Geen enkele parochie is een perfecte parochie. Christus zegt niet: Bouw zelf een perfecte kerk, Hij zegt: Ik zal mijn kerk bouwen. Dat is een groot verschil. Het is uiteindelijk niet onze kerk, het is de Kerk van Christus. En daarom mogen wij vertrouwen hebben in de toekomst, ook wanneer wij ons zorgen maken over de toekomst van de kerk, over vergrijzing, over minder kerkgangers of over gebrek aan vrijwilligers. Christus heeft zijn kerk niet verlaten en rekent op onze medewerking. Wat we kunnen doen met Gods genade en met onze talenten, doe het om God en de kerk te dienen en zo Gods koninkrijk op te bouwen.
De H. Johannes Chrysostomos verbaasde zich erover welke verantwoordelijkheid Jezus aan Petrus toever-trouwde. Beslissend is niet zijn volmaaktheid maar Christus die hem roept en sterkt. Ook wij denken mis-schien: als mijn geloof wat sterker zou zijn, als ik minder fouten zou hebben, dan zou God met mij kunnen werken. Christus zegt: Ik ken u en toch heb Ik u nodig. Hij verwacht geen volmaaktheid. Hij wil met ons zijn Kerk opbouwen zoals wij zijn, en Hij verandert ons doorheen de tijd op onze weg.
Als je een beeld van Petrus in de kerk ziet, dan is Petrus vaak afgebeeld met een sleutel in de hand. Het verwijst naar de tekst die wij in het evangelie zonet hoorden. Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven en wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ont-binden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn. De Sleutelmacht die Jezus geeft, is een spirituele volmacht. Sleutels zijn er om deuren te openen voor mensen. De eigenlijke sleuteldrager blijft vanzelf-sprekend Christus. Petrus is de beheerder van de sleutels. Zijn opdracht is niet de hemel af te sluiten maar voor mensen de weg naar Christus te openen. Petrus of elke paus heeft de opdracht de eenheid in het geloof te bewaren, de traditie van het geloof in ere te houden en het geloof opnieuw ter sprake te brengen, zodanig dat de harten van de mensen vernieuwd worden door Gods liefde en Gods barmhartigheid.
Op een andere wijze legt God ook ons een sleutel in de hand. Een bemoedigend woord kan een deur openen. Vergeving kan een gebroken relatie weer helen. Geduld kan een verhard hart openen. Een bezoek kan het hart van een eenzame weer openen. Een gebed kan hoop geven aan iemand die het moeilijk heeft. Abt Makarios heeft ondervonden dat een mens zelden verandert als die uitgescholden wordt. Een mens verandert als hij of zij barmhartigheid heeft ervaren. Misschien is dat wel een van de belangrijkste op-drachten van de kerk: mensen niet voor gesloten deuren laten staan, maar hen erop wijzen dat de deur bij God altijd openstaat.
Broeders en zusters,
In Christus en met Christus en door Christus mogen wij vrede, liefde en barmhartigheid ontvangen en dat wens ik u allen van harte toe. Naar wie zouden wij gaan, Jezus, want u hebt woorden van eeuwig leven en U bent de Christus, de Zoon van de levende God. Amen
